De 10 slechtste gewoontes van lopers

Geef het maar toe, je loopt geweldig, maar het kan beter.

Geen loper is perfect, zondig jij wel eens?

Check welke loopgewoonte(n) jij hebt en hoe je ermee kunt omgaan.1 Te veel te snel
Hoofdzonde, geef het maar toe. Het hardlopen gaat heerlijk en daarom loop je de week erop extra veel kilometers. Heb je de geleidelijke opbouw waar iedereen het altijd over heeft wel in de smiezen? Houd de veilige marge aan en train de ene week niet meer dan 110 procent van de hoeveelheid kilometers in de week ervoor.

2 Slecht herstel
Na een zware training, zwaar tafelen? Ja! Misschien dat je helemaal geen zin, honger of tijd hebt, maar een zware training heeft veel van je gevergd en schreeuwt om het goed aanvullen van je voorraden koolhydraten en eiwitten. Doe dat dan ook, want zo krijg je sterkere spieren.

3 In de schijnwerper
Weet je dat je hardlopend in de zon al binnen twintig minuten kunt verbranden? Vast wel, maar hardlopers gaan vaak toch ongemerkt zonder bescherming naar buiten de zon tegemoet. Vergeet het nooit meer.

4 Je romp over het hoofd zien
Er is al heel veel over geschreven, dus het mag je niet zijn ontgaan dat je loopbeweging als basis vooral een sterke romp nodig heeft. Waarbij de laatste jaren ook je heupen nadrukkelijk worden genoemd. Dat levert je misschien wel meer winst op dan sterke voeten (die natuurlijk ook hard nodig zijn). En scheelt je blessures en tijd.

5 Te snel starten
Ook een gouwe ouwe, die we elke wedstrijd weer volop tegenkomen. Ja, natuurlijk ging het in het begin lekker. Kunst. Maar het moet ook aan het eind nog goed gaan. Wie te snel start, levert aan het eind juist extra veel in. Houd je de eerste kilometers strak aan je wedstrijdplan. En controleer met een sporthorloge of het goed gaat met je tempo of (liever) je hartslag.

6 Doe-het-zelf-dokter
Met internet als bron kun je tegenwoordig de meest onmogelijke kwalen achterhalen. En hopelijk ook de remedie. En dan weet je meteen wanneer je ijs of een pijnstiller moet nemen. Of beter naar de fysiotherapeut kunt gaan. Een klein pijntje kan gemakkelijk tot iets ernstigs uitgroeien, dus ga gewoon op tijd naar die dokter. Drie dagen zeurende pijn is de limit. Je bent niet voor niets verzekerd.

7 Niet rekken
Er zijn zoveel onderzoeken bekend die het onbewezen achten, dat je het rekken rustig kunt overslaan. Gek genoeg zijn er toch wel oefeningen, waarvan je het effect merkt. Van het oprekken van stijve hamstrings (die je ook rugklachten kunnen opleveren) tot het rekken van een gespannen dijbeen (ook oorzaak van de lopersknie). Wie normaal traint en niet te gek doet, kan lang zonder. Maar er komt een dag… Vooral vóór je training kun je het rekken gerust overslaan. Kies dan hooguit voor enkele dynamische losmaakoefeningen.

8 Niet genoeg slapen
Simpel als wat. Wie niet genoeg slaapt, schaadt zijn loopcapaciteiten. Je herstel wordt slechter, je spieropbouw ook. En wat dacht je van je weerstand en mentale vermogens? Oef, te veel om op te noemen, te veel om niet beter op je slaap te letten. De hoeveelheid slaap verschilt individueel. Dus probeer eens in een vakantie te checken wat voor jou een normale hoeveelheid slaap is (wakker worden zonder wekker). Een logboek met je trainingen, prestaties en uren slaap kan je ook wijzer maken.

9 Nooit rusten
Overtraining kan je een hele berg problemen opleveren. Van blessures, via slepende kwalen tot verlies van motivatie. Elk trainingsschema moet minstens een rustdag per week bieden en ook drie dagen met rustige trainingen. Intensief trainen is voor ongeveer 20 procent van het schema nodig. Train je minder vaak per week, kies dan steeds voor twee rustdagen na je intensieve training en na je lange duurloop. Op rustige trainingsdagen kun je prima ook andere sporten doen.

10 Van alle markten thuis
Je kun nooit genoeg advies inwinnen, maar kun je dat allemaal wel opnemen en onthouden? Houd het beheersbaar. Bedenk waarom je ging hardlopen: waarschijnlijk om je lekkerder en beter te voelen, niet vanwege de stress.

Bron: Runnersweb

Geef een reactie